Spierbevangenheid
Synoniemen: Tying up, azoturia, Maandagziekte, rhabdomyolisis.
Spierbevangenheid is een beschadiging van de spiervezels. De aandoening kan zich herhalen en de symptomen variëren van mild tot zeer ernstig. Spierbevangenheid kan o.a. worden veroorzaakt door inspanning; het soort inspanning dat tot spierbevangenheid kan leiden, verschilt per individueel paard. Genetische aanleg is eveneens van invloed. Sensibele en/of volbloedpaarden zijn meer gevoelig voor deze aandoening dan laag in het bloed staande paarden.
Factoren die van invloed zijn op het vertonen van spierbevangenheid zijn koolhydraatovervoeding, lokaal zuurstof tekort, vitamine E en Selenium tekorten, hormonale verstoringen, elektrolyten disbalans en de mate van temperament. Een goede afstemming van voeding en mate van inspanning is erg belangrijk.
De spieraandoening kan bij alle soorten paarden voorkomen. Het komt meer voor bij merries en jonge paarden die volop in training zijn. Vroeger trad de aandoening vaak op, wanneer een paard na de rustdag (zondag) weer aan het werk werd gezet, terwijl de hoeveelheid krachtvoer tijdens de rustdag niet werd verlaagd (vandaar de naam: ‘Maandagziekte’).
Ziekteverschijnselen
De meest milde vorm van spierbevangenheid is verraderlijk en wordt nogal eens verward
met andere aandoeningen, zoals oververmoeidheid, kreupelheid en/of kolieksymptomen.
Bij een ernstig geval van spierbevangenheid is het paard niet of nauwelijks meer
in staat te lopen. Wordt het hiertoe gedwongen, dan vertoont het een bijzonder korte,
stijve gang. In het slechtste geval wil het dier alleen nog liggen en is dan niet
meer overeind te krijgen. Meestal zijn de achterbenen het ergst aangetast. De broek-
Diagnose
De diagnose ‘spierbevangenheid’ kan worden gesteld op basis van symptomen en bloedonderzoek. Uit de hoogte van de spierenzymconcentratie in het bloed kan de ernst van de aandoening worden afgeleid. Bovendien kan de gemeten waarde als vergelijk dienen om de verbetering tijdens de revalidatie te beoordelen.
Therapie
De behandeling van spierbevangenheid is afhankelijk van de ernst van de aandoening en gericht op het bestrijden van de verschijnselen. Het paard wordt op rust gezet (boxrust) en de dierenarts schrijft ontstekingsremmers voor als pijnbestrijding. Voor het herstellen van de elektrolytenbalans kan eventueel een infuus worden aangebracht. De doorbloeding van de spieren moet worden gestimuleerd, net als de afvoer van afbraakproducten. Het paard krijgt strikte stalrust, dekens en uitsluitend water en hooi voorgeschreven. De stalrust blijft van kracht totdat het paard weer normaal door de box loopt en pijnvrij is.

Preventie
-
-
-
-
-
-
Drs. Gerrit Kampman
Diergeneeskundig Centrum Twenterand Den Ham